De waarheid – Luc Nilis

 

Lucky Luc is dankzij zijn wereldgoals, perfecte kapbewegingen en geniale baltoetsen uitgegroeid tot een waar icoon in Eindhoven. Het leven van de ex-spits kende echter heel wat ups en downs, niet zelden aan hemzelf te wijten. In zijn biografie ‘De Waarheid’ laat hij in het diepst van zijn ziel kijken. ‘Luc kende in zijn leven heel wat hoogtepunten, maar hij is niet weggelopen van de dieptepunten’, zegt schrijver en toeverlaat Thijs Slegers.

  

Luc Gilbert Cyrille Nilis zag het levenslicht in Hasselt op 25 mei 1967 als zoon van Roger Nilis en Philomena Mombers, twee rasechte Zonhovenaren die hun hele leven op dezelfde straat in Zonhoven zouden blijven wonen. De vader van Luc, Roger, was in de jaren zestig een pijlsnelle rechterflankspeler in het elftal van STVV onder leiding van Raymond Goethals. Nilis senior bezorgde spits Roger Maes veel assists en groeide uit tot een belangrijke pion in het STVV dat vicekampioen werd achter RSC Anderlecht.

 

Ronaldo: “Ik heb met grote namen samengespeeld. Luis Figo, Romario, Zinedine Zidane, Rivaldo, Youri Djorkaeff, Raul. Maar het klikte het meest met Nilis, met wie ik bij PSV speelde.”

  

Kappen en schieten

  

Roger ontwaarde al snel veel talent bij zijn zoon en oefende dagelijks met hem op overstapjes en kapbewegingen. Nilis junior werd al snel een fenomeen in de jeugdelftallen van Halveweg Zonhoven door zijn (trap)techniek, hoewel hij ook toen al door sommigen het etiket ‘lui’ kreeg opgeplakt. Een transfer naar toenmalig eersteklasser Winterslag volgde. In het seizoen 1983/1984 maakte Nilis onder trainer Henri Depireux – Belgische voorganger van Broos bij Kameroen – zijn debuut in het eerste elftal van Winterslag. Aan de Noordlaan werd er ondertussen tweedeklassevoetbal gespeeld en de jonge Nilis kwam terecht in een kleedkamer met ervaren rotten en pleziermakers als Tarzan De Bruyne. De jonge Zonhovenaar hield zich staande en liet zijn voeten het werk doen. Hij werd een vaste waarde, wist zich in de kijker van het grote Anderlecht te spelen en versierde een transfer.

  

Arie Haan – eveneens bondscoach van Kameroen geweest – sprak veel met de jonge Nilis en geloofde in zijn kunnen, maar Nilis had het aanvankelijk moeilijk om door te breken in Anderlecht. Hij moest tegelijkertijd zijn legerdienst vervullen, hoewel hij daar al snel – via tussenkomst van Verschueren en Vandenstock – een mooie én rustige magazijnjob kreeg toegewezen.

 

De één zijn dood is de ander zijn brood

  

Het was dankzij Ivan De Sloover - die het been brak van Juan Lozano – dat Nilis definitief kon doorbreken. De jonge Limburger kreeg en greep zijn kans. In 1989 nam succestrainer Aad de Mos het roer over en streek schaduwspits Marc Degryse neer in het Astridpark. Vanaf dan groeide Nilis uit tot een van de beste aanvallers in de Belgische competitie. Hoewel De Mos' cynische stijl – hij durfde al wel eens wisselen in de eerste helft - Nilis niet echt lag, bloeide hij onder de Nederlander volledig open.

 

Een rotweek

 

Anderlecht bereikte in 1990 de finale van de Europacup II, nadat het eerder onder meer Dinamo Boekarest – een tumultueuze wedstrijd waarin Florin Răducioiu de scheidsrechter tegen de vlakte slaat - en het FC Barcelona van trainer Johan Cruijff had uitgeschakeld. De Mos had Nilis een week lang liggen oppeppen, maar Nilis belandde in die finale op de bank.  Meestertacticus De Mos koos voor Milan Jankovic en wou zo Sampdoria in het middenveld versmachten. Bijna pakte die keuze goed uit, want net voor het einde kreeg de Joegoslavische middenvelder een grote kans. Nilis mocht pas in de verlengingen invallen toen Vialli al tweemaal had toegeslagen.

 

Niet veel later greep Nilis naast een selectie voor het WK in Italië. Via de radio moest hij vernemen dat niet hij, maar Jean-Francois De Sart geselecteerd was. Volgens Nilis had Thijs schrik dat er anders in het Franstalige gedeelte van het land veel oproer zou ontstaan over het feit dat er meer Vlamingen dan Walen in de selectie zaten.

 

Geen gouden schoen

 

Nilis bleef echter belangrijke doelpunten scoren en eindigde steevast hoog in de rangschikking van de Gouden Schoen, maar won hem nooit. Franky Van der Elst en ploeggenoot Marc Degryse gingen tweemaal met de prijs lopen hoewel Nilis op voorhand tot grote favoriet gebombardeerd werd. Hijzelf wijt dit aan het feit dat hij geen goede relatie met de pers had. Hij zei liever niets dan onzinnige voorgekauwde dingen.

 

Dat missen van de Gouden Schoen samen met de belabberde prestaties bij de Rode Duivels blijft Nilis beschouwen als de dieptepunten van zijn voetbalcarrière. Hoewel Nilis 56 wedstrijden voor de Rode Duivels speelde, kon hij slechts tienmaal scoren. Een échte onbetwiste titularis werd hij nooit. Logisch ook als je naar de behoudende aanpak van de bondscoaches kijkt. Nilis moest te veel lopen en meeverdedigen. Het was dan ook pas na 24 interlands – 6 jaar! - dat hij de ban kon breken, vriendschappelijk tegen Zambia waar een genaturaliseerde Kroaat de show stal met vijf doelpunten. Het zorgde voor een wrang gevoel.

 

Nilis had ook geen hoge pet op van de meeste bondscoaches: Thijs was vals, Van Himst dacht dat Köpke een linksachter was, Leekens wou vooral niet verliezen, … Zijn mooiste momenten beleefde hij er naast het veld. USA ’94 was wat dat betreft één groot feest: een grote golfbaan naast het hotel en veel kaarten. Zo veel dat Josip Weber met een schuld van 25.000 dollar opgezadeld zat na dat WK. Over dat kaarten later meer.

 

Luc werd ondertussen meer en meer in het Limburgse nachtleven gesignaleerd met zijn Limburgse ploeggenoten. De jonge Haagdoren mocht niet altijd mee van zijn vriendin, maar Marc Emmers en vooral Peter Maes vergezelden Nilis graag op zijn nachtelijke uitspattingen. Anderlecht kreeg er lucht van en langzaamaan begonnen deze verhalen zich tegen Nilis te keren.

 

Videoband

 

Aad De Mos – de man die hem in ’90 nog op de bank zette – was ondertussen aan de slag bij PSV en wilde Nilis maar wat graag aan zijn kern toevoegen. Hij contacteerde journalist Carl Huybrechts en liet hem een videoband met de beste momenten van Nilis samenstellen. Ongezien in die tijd! Het PSV-bestuur betaalde prompt 100 miljoen Belgische Frank (+- €2,5 miljoen) voor de transfer van Nilis die een koningskoppel met Ronaldo zou gaan vormen. Na zijn carrière noemde Ronaldo zijn Belgische spitsbroeder de aanvaller waar hij het liefst mee samenspeelde.  Na het seizoen 1994/95, dat overheerst werd door de eindzege van Ajax in de Champions League, werd Nilis uitgeroepen tot beste speler. Hij mocht de Gouden Schoen in ontvangst nemen, een prijs die hij in België nooit won.

 

Nilis veranderde als persoon in Nederland. Hij moest nu opkomen voor zijn mening en werd belangrijk in de kleedkamer. PSV paste hem beter dan Anderlecht, toch was Anderlecht noodzakelijk voor zijn carrière dixit Nilis. Hij leerde er winnen.

 

Zijn afscheid bij PSV – met een tweede landstitel – was te wijten aan Gerets. ‘Gerets heeft mijn carriere geliquideerd. En dat is de waarheid’ liet Nilis zich ontvallen op de boekpresentatie. ‘Gerets is een heel goeie coach, tactisch heel sterk, maar een manipulator. Heel humeurig ook. De ene dag was hij poeslief, de andere zei hij niks tegen je. Wie met hem gewerkt heeft, weet hoe hij is.’ Ex-spitsbroeder Ruud Van Nistelrooy – die Nilis op dezelfde hoogte plaatst als Raul en Scholes - bevestigt dit trouwens.

 

Premier League

 

In 2000 ruilde de 33-jarige aanvaller PSV in voor Aston Villa, hoewel Nilis liever naar RC Genk zou gaan. De fusieclub talmde te lang en Nilis plaatste zijn handtekening voor de club uit Birmingham. In zijn derde duel in de Premier League sloeg het noodlot keihard toe. In een wedstrijd tegen Ipswich Town ging Nilis in duel met doelman Richard Wright en liep een dubbele breuk op aan zijn rechterbeen. Hij probeerde nog te revalideren, maar besloot uiteindelijk om vroegtijdig een punt achter zijn spelerscarrière te zetten. Op 24 januari 2001 werd zijn contract met Aston Villa verbroken. Nilis scoorde één keer voor Aston Villa, in een duel tegen Chelsea.

 

Zwarte jaren

 

Door zijn plotse gedwongen afscheid van het topvoetbal viel Nilis in een zwart gat. Hij probeerde eerst nog in het voetbal te blijven als talentscout voor SEM, het voetbalbureau van Degraen. Dat was echter niets voor Nilis, hij miste het veld teveel. hij Na een kleine drie jaar voor SEM gewerkt te hebben kreeg hij een aanbod waar hij zelf direct een veel beter gevoel van kreeg: tweedeklasser Heusden-Zolder wilde hem als technisch directeur. Ook dat liep op een sisser af. Loze beloftes en geldproblemen zorgden ervoor dat Nilis het seizoen niet uitdeed.

 

De gebeurtenissen bij Heusden-Zolder en het  gedoe met SEM en Degraen zetten Nilis aan het denken. Twee mislukte pogingen om iets in het voetbal te blijven doen. Hij besloot om wat afstand te nemen en het rustig aan te doen. Veel vrije tijd en veel geld bleek echter geen goede combinatie. Nilis kwam in kringen terecht waar hij niet thuishoorde. Hij ging veel naar Bonaparte Snooker in Zonhoven, maar dan vooral om na sluitingstijd te pokeren. Het begon met kleine inzetten, maar het werd steeds meer. Steeds grotere bedragen. Als voetballer had hij altijd veel gekaart. Altijd om geld, maar behoudens tijdens het WK van 1994 ging het altijd om relatief normale bedragen. Het spel dat hij nu speelde, ging om heel andere bedragen. Vaak om een paar duizend euro. Het bleef niet bij pokeren in cafés en andere locaties. Ook in het casino kwam Nilis veel. Hij ging overal heen in België. Eindhoven,Valkenburg …

 

‘In het begin wist Patsy van niks, denk ik. We hadden veel geld. Als er dan een paar duizend euro van de rekening af is, dan zie je dat niet. Maar het saldo van onze rekeningen werd steeds lager en lager. En daar werd ik op aangesproken door Patsy. Ze zag ons vermogen slinken. Ze had gelijk, maar ik kon niet naar haar luisteren. Ze wilde dat ik thuisbleef, maar dat kon ik niet. Ik moest gaan kaarten. Afleiding zoeken. Het was een heel slechte tijd. Tussen de drie en vier jaar heeft het geduurd. Ik was verslaafd. Ik heb me weleens afgevraagd of mijn liefde voor het gokken genetisch bepaald is. Mijn vader deed het namelijk ook. Weliswaar op een andere manier, om kleingeld. Als hij na een training op me moest wachten, trof ik hem vaak in het café naast het stadion van Winterslag. Daar speelde hij dan op zo’n gokautomaat. Ik heb geen fl auw idee of hij dan om veel geld speelde en of hij het vaker deed, maar dat hij het leuk vond, is zeker. Ik denk daarom dat ik het van hem heb. Gokken boeit je of het boeit je niet.’

 

De PSV-familie hielp tot tweemaal toe het clubicoon uit de nood. Tegenwoordig is Nilis samen met Mieke – die hij leerde kennen in het snookercafé Bonaparte in Zonhoven – en heeft hij terug plezier gevonden in het voetbal. Talentvolle PSV-jeugd begeleiden en de spitsen de kneepjes van het vak bijbrengen.

 

Gesloten boek

 

De oud-voetballer is zeer openhartig in zijn boek en spaart niets of niemand, ook zichzelf niet. Nilis staat niet bekend als een open boek, maar het is PSV-perschef Thijs Slegers, die erin geslaagd is om als eerste het schild van Nilis te doorprikken. Anderhalf jaar lang werkten ze samen aan ‘De Waarheid’. ‘Luc heeft aan het einde van dit boek niks doorstreept.’, zegt Slegers. ‘Dat siert hem. Hij kende veel ups met geweldige jaren, maar ook downs. Daar is hij niet voor weggelopen.’

 

Auteur: Thijs Slegers

Uitgeverij: Voetbal Inside (Overamstel Uitgevers) / Manteau

ISBN: 97890488292633436 (paperback)

Prijs: 19.99 €

Pagina’s: 320

Publicatiedatum: 05/2016