Het volledige verhaal achter het EK 1980

 

Terwijl heel wat landgenoten er nu vanuitgaan dat we op 10 juli 2016 zonder ogenschijnlijk veel problemen de finale van het EK spelen, ging het er in 1980 wat bescheidener aan toe. Niet afgaan was de doelstelling en als het even kan mooi voetbal laten zien. Eén punt was al een onverhoopt resultaat. Dat typeert een beetje de sfeer die er toen rond onze nationale ploeg hing.

 

Mannen met baarden

 

De mannen met baarden ontpoppen zich opeens tot een moeilijk manoeuvreerbaar geheel dat de buitenspelval en het bijhorende snedige counterspel tot in de perfectie beheerst. Voetbalreuzen als Engeland, Spanje en Italië bijten zich de tanden stuk op de solide Belgen.

 

Walter Meeuws, Julien Cools, Marc Millecamps … onderschatte voetballers die stuk voor stuk meer dan hun steentje bijdroegen aan het grootste succes van onze nationale voetbalgeschiedenis. Er is uiteraard het WK van ’86 - dat in het collectieve geheugen nog steeds dé waardemeter vormt - waaraan alle prestaties van onze Rode Duivels worden getoetst.

 

Een nog grotere stunt dan die vierde plaats op het WK’86 is het behalen van de zilveren plak op het EK’80. Grote namen als Clemence, Keegan, Wilkins, Quini, Arconada, Zoff en Gentile werden in bedwang gehouden. Deze ronkende namen spreken meer tot de verbeelding dan die van de onbekende Irakezen en Paraguayanen die op het WK 1986 – niet zonder enige moeite - uitgeschakeld worden.

 

Toch is deze prestatie in onze vaderlandse sportgeschiedenis – op zijn zachtst gezegd – onderbelicht. Het is die grote stunt die haarfijn uit de doeken wordt gedaan door auteurs Frank Van Laeken en Geert De Vriese. Geert De Vriese (1962) schreef eerder onder meer 1970-1979, De gouden jaren van het Belgisch voetbal en Mirakels in de Provincie. Zijn sporthistorische verhalen verschijnen in onder andere Bahamontes. Frank Van Laeken (1959) schreef eerder onder meer Het blunderboek van het Belgisch voetbal, Als het werk stopt en Het geld van het voetbal. £X€£$$ UNITED. Telkens knappe staaltjes onderzoeksjournalistiek en ook hier bijten de journalisten zich vast in het onderwerp en spitten ze het uit tot in de kleinste details.

 

Das Kopfball-Ungeheuer

 

De Grote Duivels vertelt het verhaal van het EK ’80 in Italië en de weg daarnaartoe. Een wonderlijke voetbalreis van De Kuip via een doorregend Daknam - waar toekomstig bondscoach Georges Leekens een belangrijke penalty tegen de Noren mist -, de Heizel en het Astridpark, over Reykjavik en Belfast, naar Turijn, Milaan en uiteindelijk Rome waar de vermaledijde West-Duitsers ons opwachten in de finale met Das Kopfball-Ungeheuer in de punt van de aanval.

 

Om de sfeer te schetsen die er toen rond onze nationale ploeg hing, citeer ik graag uit het boek. "Maandag 26 april 1976 pakt Het Volk uit met deze kop: 'Dit was geen duel meer, maar een verkrachting!' Nederland had de Witte Duivels net vernederd met 5-0, maar het had nog zoveel meer kunnen zijn. Een totale wanprestatie. Het dieptepunt van het nationale elftal.' Goethals' hoofd lag al een tijdje op het kapblok door zijn ultradefensieve spel. Het zijn uiteindelijk zijn 'geliefde' Ollanders die hem de genadeslag toebrengen.

 

Nieuwbakken bondscoach Guy Thijs wacht de ondankbare  taak om op de puinhoop van zijn voorganger een nieuw elftal op te bouwen. Vandaag herinnert iedereen zich Thys als de (te?) rustige man die de Rode Duivels vergezeld met zijn legendarische konijnenpoot, eeuwige sigaar en bijhorend glaasje whisky naar de triomf van Mexico '86 heeft geleid. Zijn eerste resultaten zijn weinig spraakmakend. Hij lijkt een bepaald moment zelfs hard op weg om de slechtste bondscoach ooit te worden. Kansloos uitgeschakeld voor het EK'76 en geen moment kans op plaatsing voor het WK'78. Belachelijke uitnederlagen en gênante gelijkspelletjes zijn de oogst van beginnend bondscoach Thijs.

 

Willy en Charly

 

Het meest deprimerende is dat er jarenlang geen enkele hoop op beterschap opflakkert. Thys blijft maar zoeken naar een spelsysteem en voert de ene obscure nieuwe international na de andere op. Vooral het missen van kwalitatieve aanvallers noopt de bondscoach ertoe om erop los te experimenteren in de voorhoede. Aanvallers als de Limburgse stormram Willy Geurts en – lelijk beest - Charly Jacobs krijgen een kans. Geurts frommelt er dan wel eentje binnen tegen Oostenrijk, maar weet de natie toch niet te overtuigen. Charly Jacobs dan maar. Een eenendertigjarige kale karakterkop met snor die meer opvalt door zijn minnares binnen te doen net voor de afreis naar Oostenrijk dan met zijn prestatie op het veld tegen Krankl, Prohaska en Koncilia.

 

“Als ik toen bij Club Brugge zei dat ik geselecteerd was voor de nationale ploeg, dan schoten mijn ploegmaats in de lach”, blikt Walter Meeuws er vandaag op terug. Bij de topclubs stuit Thys bovendien alleen maar op tegenwerking en stemmingmakerij. “Goethals was trainer van Anderlecht geworden”, herinnert Gille Van Binst zich, “en hij praatte voortdurend op mij en de andere internationals in: ‘Ge kunt daar niks gaan doen, de komende jaren wordt dat toch niks. Ge kunt u beter op Anderlecht concentreren.’ Je begrijpt dat niet iedereen stond te springen om voor de Rode Duivels te spelen. Ik ook niet, nee. Je werd daar toen niet echt happy van.”

 

Eddy en Erwin

 

Stilaan komt er jong aanvallend geweld bovendrijven. Eddy Voordeckers, jonge lefgozer uit tweede klasse bij Diest, lost al voor een stuk het aanvallende probleem op. Sterke Jan komt stilaan op niveau bij Club Brugge en stoomt weer probleemloos de flank op en af. Bij Lierse knalt een jonge Vandenbergh het ene na het andere doelpunt erin en - last but not least -keert oude krijger Van Moer terug om de lijnen in het middenveld uit te zetten. De mayonaise pakt en de Belgen plaatsen zich voor het EK in een groep met o.a. Portugal en Schotland.

 

In Italië wacht er een loodzware poule met Engeland, Spanje en gastland Italië. Custers en Pfaff voeren een verbeten strijd uit voor die ene plek onder de lat en alsof dat nog niet genoeg is, ontstaat er ook nog wrevel over het premiestelsel. De Belgen voelen zich serieus tekortgedaan wanneer ze de premies van hun buitenlandse collega’s in de kranten vernemen. Van der Elst, Gerets, Custers, Vandereycken en kapitein Cools gaan de confrontatie met preses Wouters aan.

 

Hét leuke aan dit boek is dat er aan het einde van ieder hoofdstuk - 11 in totaal - een ‘achteraf bekeken’ is waar ooggetuigen aan het woord komen. Die ooggetuigen zijn grote – en minder grote - namen van vroeger en nu.

 

Dit boek is een echte aanrader voor wie (veel) meer wil weten over dit stukje vergeten vaderlandse glorie!

 

Auteur: De Vriese & Van Laeken

Uitgeverij: Houtekiet

ISBN: 9789089244819 (paperback)

ISBN 9789089244574 (e-book)

Prijs: 19.99€ - 12.99€

Pagina’s: 320

Publicatiedatum: 05/05/2015

 

Herkennen jullie de volledige selectie van 1980?