De hete zomer van 1976

 

Lucien Van Impe bezorgt België een delirium

 

De hete zomer van 1976! Voor dat we door de opwarming van deze aardkloot gewoon werden aan (te) hoge temperaturen, de warmste zomer sinds mensenheugenis. Verbod op autowassen, groenten met zeepsop begieten, kale weides. Maar er was meer dat jaar: Club Brugge net geen winnaar van de UEFA-cup, Anderlecht wel winnaar van de beker der bekerwinnaars en bovendien het geboortejaar van de panenka. En een kleine klimmer uit Oost-Vlaanderen sleept heel België mee in een gele koorts. Lucien Van Impe wint de Ronde van Frankrijk. Een prestatie die voor een immens enthousiasme zorgt, maar misschien toch niet helemaal naar waarde is geschat. Veertig jaar later wachten we nog steeds op een opvolger, en een nieuwe kandidaat dient zich nog niet meteen aan. Van Impe vertelt zijn verhaal op ontwapenende wijze aan journalist Filip Osselaer.

 

Lucien Van Impe (° 20/10/1946) groeit op in café Van Impe Sport in Mere. Vader Jef waakt er met harde hand over het reilen en zeilen, moeder Julia is de stille kracht die het werk in het café en de zorg voor haar gezin - Lucien heeft nog vijf broers - met liefde combineert. In het café wordt er gekaart en gebold - de winnaar krijgt een bord pap. La Flandre profonde.

 

Vader Jef komt uit een wielerfamilie en droomt van een opvolger. Met zachte (en af en toe hardere) dwang wordt zijn derde op het spoor van de koers gezet. Lucien, zachtaardig en toch geen studiehoofd, laat zich overtuigen met een kostuum. Liever dat dan zijn leven slijten in het atelier van doodskistenmaker Vanderheyden. Hij blijkt trouwens getalenteerd, wint in 1966 de prestigieuze Ster der Amateurs in Aartselaar. Prijs: een auto! Leuk, denkt Lucien, dan kan ik mijn krantenronde in het vervolg met de wagen doen. Niets van, oordeelt vader Jef, blijven fietsen. Als Lucien in 1969 zijn eerste profcontract tekent, stort zijn Franse werkgever zijn loon op de rekening van vader en moeder Van Impe. Tot zijn  huwelijk krijgt Lucien enkel drinkgeld plus zijn premies. Andere tijden!

 

Klimmen kan je leren

 

Dat profcontract heeft Lucien aan zijn klimtalent te danken. En dat hij dat in het vlakke Mere heeft ontwikkeld is ook aan de invloed van vader Jef te danken. Die laat de jonge fan van Charly Gaul en Federico Bahamontes de Kloosterstraat in Geraardsbergen opknallen, in de Vlaamse Ardennen en later de échte Ardennen trainen. Van Impe leert en danseuse te klimmen en steeds weer door de pijngrens te gaan. Van Impe blijft er tot vandaag van overtuigd: klimmen kan je leren. Met alle risico's vandien: tijdens de Ronde van de Toekomst van 1967 coupeert de jonge Fransman Cyrille Guimard hem tijdens de afdaling van de Portet d'Aspet. Van Impe duikelt het ravijn in en kan het ternauwernood navertellen. Het jaar daarop wordt hij in dezelfde ronde bergkoning. Een kleine ster is geboren.

 

In 1969 is de jonge Lucien leider in de Ronde van Navarra. Dat vinden zijn Spaanse concurrenten maar niks en in de laatste etappe duwen ze hem in de gracht. Eén Spanjaard, Pedro Torres vindt dat maar niets, en brengt de kleine Belg eigenhandig terug naar het peloton. Een gebaar dat Van Impe nooit zal vergeten: vier jaar later laat hij Torres het bergklassement in de Tour winnen.

 

Ronderenner

 

Eveneens in 1969 tekent Van Impe zijn eerste profcontract  bij het Franse Sonolor. Een kleine ploeg, maar in de warme sfeer en met grote vrijheid om zich voor te bereiden op het rondewerk voelt Van Impe zich als een vis in het water. Hij debuteert meteen in de Ronde van Frankrijk en wordt twaalfde. Schitterende prestatie, maar alle prestaties worden in 1969 in de schaduw gesteld door die andere Tourdebutant: Eddy Merckx... Voor het eerst in ook al veertig jaar wint een Belg te Ronde van Frankrijk, en hoe! Maar in de schaduw van de Kannibaal timmert Van Impe aan de weg. Jaar na jaar eindigt hij minstens in de top zes, wint ritten en meermaals het bergklassement. Enkel in 1974 is het minder.

 

In 1975 komt een eerste grote kans. Merckx is over zijn hoogtepunt heen en krijgt ook de beruchte leverslag van een toeschouwer te verwerken. Zijn Franse uitdager Bernard Thévenet sterft tijdens de rit naar de Puy de Dôme in Van Impes wiel. De kleine uit Mere - die intussen al de naam heeft getalenteerd maar al te braaf te zijn - wil aanvallen maar wordt steeds weer teruggefloten door ploegleider Jean Stablinski. Tot op de dag van vandaag blijft Lucien er van overtuigd dat Stablinski - die op het punt stond om ontslagen te worden - in de slag zat met Thévenet.

 

Van Impe wint de rit wel en ook de laatste tijdrit, haalt de eerste bolletjestrui (dat jaar lanceert sponsor Chocolat Poulain dit kleinood als symbool voor de beste klimmer) binnen maar eindigt wel pas derde. Zowel de legendarische ex-renner en wielercommentator Fred Debruyne als echtgenote Rita lezen hem de levieten. Hij moet durven! Rita is sinds 1969 de sterke vrouw achter de renner. Het zorgt voor een déclic, Lucien laat niet meer met zich sollen.

 

"Een halve"

 

Dat blijkt al tijdens het WK in het Belgische Yvoir. De Belgische ploeg bulkt van het talent met tegengestelde belangen. Favoriet Roger De Vlaeminck heeft geen eigen knechten mogen meenemen en beledigt Van Impe door hem in een interview grappend "een halve" te noemen. Als ze tijdens de wedstrijd samen in de koproep geraken, weigert onderdeurtje Van Impe achter de ontsnapte hennie Kuiper te koersen. Kuiper is de onverwachte wereldkampioen, De Vlaeminck wordt knarsetandend tweede. Vandaag voelt Van Impe er zich nog altijd onbehaaglijk bij.

 

Maar de nieuwe verbetenheid helpt in de aanloop naar de Tour van 1976. Hij overwint een liesoperatie, traint in zijn garage extra met zelfgemaakte gewichten, en verkondigt voor het eerst aan het journaille dat hij de Tour kan winnen. Reactie: veel scepsis. Vastbesloten bereidt Van Impe zich voor, rijdt degelijk in de voorbereidingskoersen. In de Ronde van de Aude laat hij de winst aan een jonge ploegmaat bij Gitane, ene Bernard Hinault. Maar alles loopt gesmeerd, ondanks de stress.

 

In het begin van de Tour gaat alle aandacht naar een andere landgenoot. Freddy Maertens is dat jaar waarschijnlijk op zijn sterkst. De West-Vlaamse machtssprinter en kopman van Flandria wint dat jaar maar liefst acht (!) ritten en eindigt achtste in het eindklassement. Van Impe volgt overal attent. Een eerste hoogtepunt is zijn doortocht in Mere tijdens de rit Le Touquet-Bornem. Omdat hij geen toestemming krijgt van het peloton om voorop te rijden om zijn familie te groeten, demarreert hij voor een massa volk. Van Impe weet wat hij wil.

 

De emmer

 

Het zijn andere koerstijden. De ploegen van tien renners tellen twee ploegleiders, drie mecaniciens en drie soigneurs. Geen eigen dokters, geen persteam, geen bodyguards, geen bus. Jacques Goddet en de strenge Félix Lévitan heersen als zonnekoningen over hun Tour. De renners moeten in vierderangshotelletjes of op veldbedden in scholen overnachten. Journalisten lopen in en uit op de kamers of in de slaapzalen. 's Morgens moeten de renners geroosterd brood met confituur en biefstuk met rijst naar binnen werken. Daarna volgen soms tot drie etappes op één dag en er zijn de uitzinnige verplaatsingen. In de bloedhete ronde van 1976 schooien de renners drank aan de start, in Tabacs en winkels onderweg, of storten zich op een fontein. Van Impe voelt zich echter in zijn element, draait zijn koerspetje om, prikt er een zakdoek (!) aan vast, en weet zijn bidon citroenwater fris te houden door zelf met aluminiumfolie een koelelement te bricoleren.

 

Enthousiaste supporters proberen ook te helpen met tuinslangen, flessen water, sponsen. Tijdens de zesde rit wordt dat Van Impe bijna fataal. Na 147 km gaat hij plots tegen de grond. Een supporter wil een emmer water over de renners gooien, maar laat los en de emmer knalt tegen de kleine Belg. Ploegmaat René Dillen staat hem zijn veel te grote fiets af en ondanks de pijn verliest hij geen tijd. Uiteindelijk valt de schade mee.

 

Wieltjeszuiger

 

In de negende etappe naar Alpe d'Huez demarreert Van Impe eindelijk, enkel de sterke maar saaie Nederlander Joop Zoetemelk volgt. Want die laatste weigert kop te doen. Zoetemelks legendarische reputatie als wieltjeszuiger wordt er geboren. In de spurt wint hij... maar Van Impe krijgt de gele trui. Het wollen ding is afschuwelijk warm en de kopman Gitane-Campagnolo moet er zelf nog het logo van zijn sponsor opnaaien.

 

Van Impe controleert daarop de koers al moet hij de zege - tot woede van de Belgische pers - nog een tweede keer aan Zoetemelk laten. Op de tweede rustdag moet hij voor diezelfde dag bijna een hele dag opdraven, het stresserende leven van de gele trui. En de pers gaat pas echt door het lint als Van Impe zijn trui in de twaalfde rit "zo maar" lijkt uit handen te geven aan Raymond Delisle. Ploegleider Guimard, een jaar jonger dan Van Impe en de vervanger van Stablinski, ziet het evenwel als een tactische meesterzet. Van Impe spreekt hem niet tegen, maar al snel komt het tot een confrontatie tussen de twee...

 

De pap

 

Van Impe heeft zijn zinnen echter op de korte (139 km) maar ultrazware Pyreneeënrit naar Saint-Lary-Soulan. Hij reageert niet op allerlei speldenprikken, taxeert tegenstanders Thévenet en Zoetemelk, en gaat dan. Volgens de legende omdat ploegleider Guimard hem anders van de weg dreigde de rijden. Daar maakt Van Impe in dit boek geen gewag van. Een voor een raapt hij de koplopers op en rijdt al zijn rivalen op forse achterstand. Ook Zoetemelk kan ditmaal niet in zijn wiel blijven, Lucien Van Impe schrijft wielergeschiedenis. Hij neemt de gele trui terug, om die niet meer af te staan. Autoritair, zo lijkt het.

 

Maar autoritair is vooral ploegleider Guimard, die Van Impe al eens bij de amateurs had getorpedeerd. Volksjongen Van Impe zweert bij allerlei charmante gewoonten. Zo drinkt hij tijdens elke rit een zelfbereide pap, maar Guimard weigert die nu aan zijn kopman. Van Impe scheldt Guimard uit ("B*se mes c***lles") en de Fransman beveelt nu dat de hele ploeg niet meer voor Van Impe mag rijden tot er excuses komen. Door toedoen van echtgenote Rita plooit de Oost-Vlaming en hij haalt alsnog de Tour binnen, maar verandert het jaar nadien meteen van ploeg.

 

Dit soort anekdotes kruiden dit boek, dat Van Impe ook als een bewonderende echtgenoot en liefhebbende vader laat kennen, regelmatig voor- en achteruit freewheelend in zijn carrière. Bovenal is het een charmant portret van een tijdsgewricht in en buiten de koerswereld, in Mere en daarbuiten. Van een volksjongen die met koningin Fabiola kout over de zangvogels in zijn volière en beduusd ziet hoe België door zijn dak gaat. Soms ook grappig, zoals in het met poeha aangekondigde hoofdstuk: "En dan nu:seks!" "Hoe ik u alles wil vertellen wat u altijd had willen weten over seks in de Tour. Hoe ik daar open bloot over wil zijn." Aha! Wel: "Geen seks in de Tour. Ik was te moe. En dat was niet goed, seks. Sorry." Einde hoofdstuk.

De rest is wel de moeite.    

 

Koenraad Nijssen 

 

Lucien Van Impe & Filip Ooselaer, Lucien! Hoe ik als laatste Belg de Tour won, Lannoo, 253blz., 19,99 euro