Jezus en de geblondeerde serveersters

 

De religieuze fixatie van wielermens Jef Rademakers

 

Nederlander Jef Rademaekers kent u waarschijnlijk niet van zijn privéverzameling romantische kunst, maar in het beste geval van zijn radio- en vooral televisiewerk. Ooit de bedenker van de PinUpclub, in de jaren '80 het guilty pleasure van de Lage Landen. Nadien rijke rentenier in Brasschaat en Spanje. En wat doet een mens met veel geld en veel tijd dan al? Romans, poëzie en, jawel, een wielerboekje schrijven. Maar hoe dezer dagen nog opvallen? Rademakers koos er voor om in te gaan op de vermeende verborgen religieuze dimensie van de wielersport. Met gemengde resultaten...

 

Volgens Rademakers (66) is het wielrennen een "katholieke" sport. Even uitleggen in het schier post-religieuze Vlaanderen van 2016, de typisch Nederlandse tweedeling tussen het zogezegd strenge, rechtlijnige, eerlijke protestantisme en het zogenaamd lossere, hypocriete, sjoemelende katholicisme. Want die katholieken mogen er toch op los zondigen als ze maar op tijd biechten, niet? Althans dit was (en is) voor vele Nederlandse protestanten de visie op hun katholieke landgenoten.

 

Josephus Anthonius Johannes Louis Gerardus - Nederlandse katholieken grossieren traditioneel in Latijnse heiligennamen - Rademakers is in de jaren '50 opgegroeid in een nog sterk verzuild Nederland. Zoals hij het zelf schrijft: "Roosendaal (zijn geboorteplaats, nvda) en omstreken was uitgegroeid tot het mekka van de vaderlandse wielersport. Nadat Gerrit Voorting (geletruidrager en dubbele ritwinnaar in de Tour, nvda) er was neergestreken, volgde even later Henk Faanhof, de roemruchte Amsterdammer die in 1954 als eerste Nederlander de Touretappe naar Bordeaux won. Zeven kilometer buiten Roosendaal lag Sint-Willibrord, waar Wim van Est en Wout Wagtmans woonden. Wout kwam met zijn sportwagen wel eens op bezoek bij Gerrit. Wij kinderen kenden hem wel, het kleine, kromme kereltje dat zoveel Tourettapes had gewonnen. Als hij door ons steegje kwam, riepen wij vrijmoedig 'Dag Woutje' en sommige brutale jongens joelden 'Woutje Wasplank', en dan deed Wout alsof hij achter hen aan kwam."

Locomotief

 

Wim van Est en Wout Wagtmans, de vaandeldragers van het Nederlandse wielrennen in die jaren! Geletruidrager Van Est legendarisch sinds zijn duik in het Pyreneeënravijn in 1951. Bon vivant Wagtmans, drievoudig geletruidrager en viervoudig ritwinnaar. Rademakers is op zijn best als hij over hen kan vertellen en over die andere gouwgenoot, Kees Pellenaars. Een generatie ouder en zelf een uitstekend renner, die in die gouden jaren '50 de autoritaire ploegleider van het  Nederlandse Tourteam was.

Vader Rademakers was bevriend met Gerrit Voorting , die bijverdiende met een fietsenwinkel. Jef kreeg voor zijn tiende verjaardag een blauwe Locomotieffiets mét snelheidsmeter. Maar helaas: de kleine Rademakers had geen enkel wielertalent. Hij mocht wel mee naar de zesdaagsen in Antwerpen en raakte definitief in de ban van "het schitterend kijkspel" van "de achtervolging, de sprint, de koppelkoers, het rijden achter dernies en het stayeren achter de zware motoren". Terwijl papa Rademakers genoot van het Belgische bier en de "geblondeerde serveersters op hoge hakken", zwierf zoon in een "aroma van verschaald bier en masseerolie" rond in de catacomben. Daar zag hij de afgebeulde renners, maar ook alle (illegale?) middelen die soigneurs opduikelden.   

 

 "Eerlijkheid is een elastiek"

Sindsdien is Rademakers gefascineerd door deze sport, met zijn combines en dopinggebruik. "Kritische analisten en steile calvinisten keuren een dergelijke handelswijze niet goed", weet hij uit eigen Nederlandse ervaring, maar Rademaekers heeft er minder moeite mee. Want "eerlijkheid is een elastiek" en "in het peloton is geen plaats voor watjes". Renners moeten keihard trainen en in de wedstrijd telkens weer hun grenzen verleggen.  Zij moeten maandenlang op elke calorie letten en zelfs hun "libido wordt in juiste banen geleid" - geen seks voor de wedstrijd, weet je wel...

 

En er zijn nog de risico's op valpartijen en erger tijdens trainingstochten en koersen. Van de eentwintigjarige Marcel Cadolle die in de Tour van 1907 tegen een boerenkar knalde en zijn knie voor altijd verbrijzelde, over de Italiaan Carlo Tonon die in 1984 op een toeschouwer botste en na maanden in coma lag en nadien zelfmoord pleegde. Van Wilfried Nelissen en Gerrie Knetemann, Guiseppe Guirini en - voeg de valler van de dag maar zelf in. Dan spreken we nog niet over de renners die het niet overleefden: Stan Ockers, Jempi Monseré, Wouter Weylandt, Kristof Goddaert. Intussen is de betreurde Antoine Demoitié al aan het lijstje toegevoegd. We vergeven het Rademakers dat hij Claudy Criquielions trouwe knecht Michel Goffin (1987) en de supergetalenteerde amateur Danny Alaerts (1991) vergeten is. De lijst is helaas bijna eindeloos: in Colombia alleen overleefden al meer dan 100 renners hun passie niet in het lokale verkeer...

Bal of biefstuk?

 

Maar vallen hoort er bij, neen, vallen is noodzakelijk, zo oordeelt Rademakers. Want koers is lijden en moet dat zijn. Want daar houden de fans van: vallen, opstaan, afzien, doorzetten, en misschien zelfs nog winnen. Knetemann winnaar van de Amstel Gold Race een jaar nadat hij in 1983 een doodsmak maakte in Dwars door België. De bebloede kop van Bernard Hinault na zijn val in de rit naar Saint-Etienne in de Tour van 1985 - hij won dat jaar toch zijn laatste ronde. Johnny Hoogerland populairste criteriumheld nadat hij in het prikkeldraad gedreven werd. De zeven Tourzeges van Lance Armstrong na zijn teelbalkanker...

Het publiek kickt op lijden, veel renners zijn er verslaafd aan en Rademakers spreekt hen niet tegen. En over teelballen gesproken: de Nederlandse Brabander heeft ook een fascinatie voor "de derde bal". Deze "beroepsziekte" speelt renners al sinds het begin van de wielersport parten. "Zitvlak en scrotum worden zo hevig belast door het schuren tegen het smalle zadel, dat huidirritaties en infecties ontstaan," meldt Rademakers met wellustige huiver. De pijnlijkste vorm is de steenpuist die - variërend van een knikker tot een tennisbal - de renners tot de ergste pijn en diepste wanhoop kunnen drijven. Sean Kelly moest ooit op een dag van de eindzege in de Vuelta opgeven - "pijn aan het zitvlak" heette dat toen nog zedig. Laurent Fignon verloor de Tour van 1989 - zes seconden, weet u nog? - misschien door een ontstoken teelbal die genadeloos tegen het zadel schuurde. Wout Wagtmans liet van ellende een gat in zijn zadel snijden en Joop Zoetemelk verloor de Tour van 1976 onder meer door wat hij netjes "een steenpuist" noemde. De biefstuk in de broek, toen nog letterlijk, had geen soelaas gebracht...

 

Zelfvoldane deftigdoenerij

Leuke verhalen zat en tussendoor is Rademakers scherp voor de wielercommentatoren. Ze leven van de sport, zwegen lange tijd over doping en andere schandalen om daarna in het andere uiterste te vervallen. "Dopingperikelen worden ellenlang uitgesponnen. Suggesties, verdachtmakingen, geruchten, ze vullen lekker de tijd. Vaste commentatoren als de Nederlander Mart Smeets en de Belg Michel Wuyts zijn gerespecteerde vakjournalisten, maar vielen en vallen toch regelmatig in die valkuil van zelfvoldane deftigdoenerij. Het is een zegen dat ex-wielrenners, zoals José De Cauwer bij de VRT, Juan Antonio Flecha bij Eurosport en Pedro Delgado bij het Spaanse TVE als co-commentatoren op treden en de kijker to the point informeren over wat ze zien gebeuren in de koers zelf."

 

Die zit, en tegenspreken doen we Jef hierbij niet. Veel minder tevreden zijn we over Rademakers' bladzijdenlange pseudo-religieuze bespiegelingen. Enerzijds heeft hij het over "wij katholieken" die op de erfzonde zijn getrakteerd, anderzijds kamt hij religies in het algemeen en het katholicisme in het bijzonder voortdurend af. Veel respect voor 's mans persoonlijke worsteling met zijn katholieke demonen, maar wat moet ik daar mee? Zeker als hij (te) vaak in de trommel der clichés graait. Derde bal? Jawel, daar is de pausin Johanna! Geeuw... Renners bekruisen zich af en toe, rijden wel eens langs een wijwater zwaaiende pastoor of mogen soms op audiëntie bij de paus - al ken ik Paulus VII niet - maar gelukkig met niet al te veel trauma's.

O ja, die Jezus en de bolletjestrui van de titel? Tja, een verwijzing naar de Man van Nazareth die op Goede Vrijdag zijn bergrit van lijden en dood moest rijden. Hoe deze bijzondere renner die dagen uit het peloton kon verdwijnen en toch de bolletjestrui kon binnen halen op Pasen, vertelt hij er niet bij. Mocht Rademakers nog een wielerboek willen schrijven, kan hij best fantastische anekdotes verzamelen, duiden en uitspitten. Daar zitten we wel op te wachten.

 

Koenraad Nijssen

Jef Rademakers, Hoe Jezus de bolletjestrui veroverde. De verborgen dimensie van het wielrennen, Manteau, 160blz., 19,99 euro