Handenstand en eendenvet

 

Vijftig miniaturen over ruim honderd jaar Tour

 

De Ronde van Frankrijk is opnieuw van start gegaan en Peter Ouwerkerk doet u zijn persoonlijke 'Groeten uit de Tour'. Ouwerkerk is een van de éminences grises van de Nederlandse wielerjournalistiek, met van 1971 tot en met 2000 dertig Touredities op de teller. Het waren de jaren van Merckx, Van Impe, Thévenet, Zoetemelk, Hinault, Fignon, LeMond, Indurain en de jonge Armstrong. Gouden jaren! Maar in dit boek schildert hij aan de hand van vijftig - vaak weinig bekende - foto's evenveel miniaturen over het leven en lijden in de Tour, van het prille begin tot 2015.   

 

Ouwerkerk schreef jaren voor een rits Nederlandse dagbladen, en liet sinds 2000 een reeks artikels in (wieler)tijdschriften en boeken op de liefhebbers los. Met het nodige succes en prijzen toe. Geen wonder: Ouwerkerk schrijft snedig, hoewel erg Nederlands Nederlands qua woordkeuze en stijl. Zoals: "Zodra er folie op de weg lag, moest hij een tandje lager. Maar zijn dagelijkse optredens aan de meet vergoedden veel. 'Er was vandaag geen sodemieter aan. Die bergen zijn zo hoog, man. In het begin had ik echt de koppakking eronderuit liggen, maar toen ik die er weer onder geschroefd had, zei mijn kop: "Je gaat godverredomme naar die finish toe."' Twee dagen later was het gedaan met zijn alternatieve klassement: een val, knie tot op het bot gekliefd, rode lantaarn gedoofd. Weg drie weken kassa op de criteriums. De Belg Wim Van Sevenant, die drie keer laatste werd en daarmee recordhouder, weet nog precies wat de dagkoers was."

 

Aan het woord de Nederlander Kenny van Hummel, volgens 'L'Equipe "de slechtste klimmer ooit" en in 2009 in de running voor de rode lantaarn. Geplukt uit het stukje 'De eerste Chinees en de rode lantaarn', dat Ouwerkerk ophangt aan de laatste plaats van Aad van den Hoek in 1976. De knecht bij het legendarische Ti-Raleigh was de derde noorderbuur die deze twijfelachtige, maar commercieel bruikbare trofee wist binnen te halen.  Hij verschalkte rivaal José-Luis Uribezubia door zich sluw achter een pilaar van een brug te verstoppen. "Uri" van zijn kant had zich laten uitzakken, maar dat was kopman Jan Raas niet ontgaan en de Bask reed Van den Hoek nietsvermoedend voorbij.   

 

Snorloos en handenstand

 

Het mag duidelijk zijn: ook de onderwerpen die Ouwerkerk behandelt zijn vaak heel Nederlands gekleurd. Maar dat is geen drama en de auteur kijkt geregeld verder dan de Achterhoek. Hij begint het boek in 1903 met Géo Lefèvre (de bijna vergeten bedenker van het concept 'Tour de France'), de uitsluiting van de vier 'Daltons' (Maurice en César Garin, Lucien Pothier en Hippolyte Aucouturier) in 1904 en de wanhopige Octave Lapize in de bergen in 1910. Hij geeft toe dat hij het zinnetje van Jean Nelissen over de eerste snorloze Tourwinnaar, Philippe Thys, heeft geleend. Om dan uit te wijden over de ronde van 1913 en de door WO I onderbroken carrière van onze landgenoot. Wat als... want de man uit Anderlecht won zowel voor als na de wereldbrand?! Lance Armstrong lang voordien, maar dan zonder het bedrog en de brutaliteiten?   

 

Erg charmant is het wedervaren van de Fransman Jules Deloffre. Als isolé - liefhebber zonder ploeg -reed hij tussen 1908 en 1928 maar liefst veertien keer de Tour. Decennia later zouden zijn landgenoten André Darrigade en Raymond Poulidor hem pas evenaren, en pas in 1985 zouden Lucien Van Impe en Joop Zoetemelk hem onttronen.  Deloffre wint zelden of nooit, krijgt nauwelijks vergoedingen en doet na de aankomst wat handenstanden op een stoel voor het opgekomen publiek. Zo schooit hij het geld voor zijn hotel bij mekaar... 

 

Usual suspects

 

Bij Gitane zijn we uiteraard in de wolken met bijdrage over 1927: "De rokende renner - in rook opgegaan". Daarover elders meer. Ouwerkerk haalt klasbak André Leducq - 25 ritzeges in 9 rondes! - voor het voetlicht met een foto na zijn val in de Alpen in 1930. Toch weet hij dat jaar nog zijn eerste Tourzege binnen te halen, een kunstje dat hij twee jaar later herhaalde. En wat te denken van die andere zuiderbuur, de twintigjarige René Vietto, in 1934 huilend omdat hij zijn voorwiel aan kopman Antonin Magne heeft moeten afstaan. De benjamin van de Franse ploeg is een rasklimmer en droomt er na drie (!) ritzeges van de Tour zelf te winnen. Maar dan moet hij in de Pyreneeën zijn wiel afstaan... In 1939 zal hij nog tweede worden, na de ongenaakbare Belg Sylvère Maes, maar de spijt over de gemiste kans vijf jaar eerder zal voor altijd blijven.

 

Prachtige foto's en dito verhalen, dus, en dan moeten de 'Ollanders nog komen. Theo Middelkamp, Henk Faanhof, Wout Wagtmans en Wim van Est, Ab Geldermans, Jan Janssen, Gerard Vianen, Gerben Karstens, Hennie Kuiper, Frans Maassen, Steven Rooks en Gert-Jan Theunisse, Michael Boogerd, Erik Dekker... De Kneet die zijn Greet belt, met Ouwerkerk in de rol van sidekick - hij heeft tenslotte het Tourtelefoontoestel durven meegrissen. Een mengeling van usual suspects en wat minder bekende verhalen. En ja hoor, ook Ouwerkerk heeft iets met de derde bal en het "katholieke" wielrennen... Die Nederlanders toch.

 

Gele trui in de was

 

Boeiend zijn de twee verhalen over de legendarische ruzie en rivaliteit tussen Peter Post en Jan Raas. En Adri Van der Poel die in 1984 al naar zijn hotel trekt omdat het naar zijn zin te lang duurt voordat de jury de nieuwe geletruidrager heeft kunnen aanwijzen. Van der Poel is kandidaat, maar moet eerst horen dat onze landgenoot Ferdi Van Den Haute in de leiderstrui wordt gehezen. In een studentenhome in Béthune - "piepkleine kamertjes waar je geen koffer kon uitvouwen" - krijgt Van der Poel dan toch te horen dat hij de trotse leider is. Eeuwige roem half door de neus geboord... Voor de foto dan maar snel de vuile trui van de uittredende leider, ploeggenoot Jacques Hanegraaf, uit de was gehaald... 's Morgens ontvangt Van der Poel dan toch zijn gele trui, maar vijf uur later is ie 'm alweer kwijt. Drie renners mogen 18 (!) minuten uitlopen en een onbekende knecht van Laurent Fignon zal twaalf dagen geel dragen. Vincent Barteau mag zijn reputatie als wat aparte komiek gaan maken.

 

Peter Ouwerkerk kent de Tour en schrijft er gepassioneerd over. Zijn schets van de Hollandse meute op Alpe d'Huez is hilarisch, zijn bitterzoet eerbetoon aan radio-icoon Theo Koomen gepast. Maar er zijn ook leuke verwijzingen naar de charmante tradities in het hypermoderne wielrennen. Zo moeten renners nog steeds dagelijks een "feuille de départ" tekenen. Hij monkelt als Michel Wuyts de zoveelste lokale toeristische tip afratelt. Verleent verloren zoon Lance Armstrong het woord met diens vier visies op het wielrennen, is in de ban van het nieuwe wonderkind, Peter Sagan. 

 

Blind

 

Helemaal terecht eert hij  verzorgers en masseurs. Van de blinde Biagio Cavanna (Fausto Coppi), Guillaume Michiels (Eddy Merckx), de eveneens blinde Jacques Delva (Jean-Pierre Monseré en Freddy Maertens) tot Dirk Nachtergaele (Museeuw en Boonen). Ouwerkerks aanleiding is het overlijden begin dit jaar van Ruud Bakker, jarenlang soigneur bij Peter Post en ook even bij IJsboerke. Acrobaat in de bevoorrading, psycholoog, therapeut en biechtvader - manusje-van-alles, quoi? De selfmademan "trok de sluier van scharrigheid over zijn vakgebied weg, en stond aan de basis van de 'Nieuwe Verzorging'. Hij stak zijn licht op in de Verenigde Staten, leerde werken met elektrostimulatie, behandelen met ultrasoon geluid, brouwde zijn eigen suikerdrankjes, introduceerde een spierbalsem op basis van eendenvet." 

 

Bakker durfde tiran Post tegenspreken, maar was ook geen heilige. "Als apparaten niet hielpen, voelde hij zich - gesteund door Post - nooit te bezwaard grenzen op te zoeken. Nooit vol gas erover, wel met het risico van een bedrijfsongeval: Van der Velde winnaar-af in Luik-Bastenaken-Luik, positief." Maar Bakker had het hart op de juiste plaats en liet renners en hun familie in problemen na hun carrière niet in de steek. En begreep dat de pers broodnodig is voor het wielrennen. "Ruud Bakker heeft het wielrennen in de jaren zeventig-tachtig mede een heel ander gezicht gegeven. Zijn handen en aanpak waren de sleutel op Nederlands meest succesvolle wielertijdperk ooit. Hij praatte daar graag en boeiend over." Ouwerkerk ten voeten uit.

 

Soms heb je de indruk dat hij nog gauw gauw een nieuw boek wilde afhebben voor Le Grand Départ. Maar dan is er de kwaliteit van de verhalen. Als Ouwerkerk de geheimen die hij insiders als Bakker wist te ontfutselen nu ook eens met ons wil delen, zijn we helemaal verkocht.

 

Koenraad Nijssen

 

Peter Ouwerkerk, Groeten uit de Tour. 50 opmerkelijke verhalen en beelden uit de Ronde van Frankrijk, De Geus, 223blz., 19,95 euro